Afgekort: kkp, KKP.
Ook: koopkrachtpariteitstheorie.
Koopkrachtpariteit - Engels: Purchasing Power Parity of PPP - is een economisch concept en methode voor het vergelijken van het reële welvaartspeil en de economische omvang van verschillende landen, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillen in prijsniveau tussen die landen. De kern van het concept is dat een gegeven hoeveelheid geld in verschillende landen een verschillende hoeveelheid goederen en diensten kan kopen, en dat een zinvolle internationale vergelijking van inkomens, lonen en economische productie daarom rekening moet houden met die prijsverschillen.
De basislogica is als volgt. Stel dat een identieke en representatieve mand van goederen en diensten in Nederland €1.000 kost en in India het equivalent van €200. Dan heeft €200 in India dezelfde koopkracht als €1.000 in Nederland. Als een Indiase werknemer omgerekend €300 per maand verdient, lijkt dat op basis van de nominale wisselkoers een armzalig inkomen, maar op basis van koopkrachtpariteit heeft hij een koopkracht die dichter bij €1.500 in Nederland ligt, omdat zijn geld in India vijf keer zoveel koopt.
Goederen en diensten zijn in minder ontwikkelde landen doorgaans goedkoper dan in rijke industriële landen. Een van de meest bekende en toegankelijke illustraties van koopkrachtpariteit is de Big Mac-index, die het weekblad The Economist jaarlijks publiceert. De Big Mac, het hamburgerproduct van McDonald's, wordt als referentiegoed gebruikt omdat het in meer dan honderd landen wordt verkocht en overal grotendeels dezelfde ingrediënten en productieprocessen kent.
Door de prijs van een Big Mac in verschillende landen om te rekenen naar één gemeenschappelijke valuta - de Amerikaanse dollar - en te vergelijken met de prijs in de VS, wordt een ruwe schatting verkregen van de over- of onderwaardering van verschillende valuta's ten opzichte van de dollar. Als een Big Mac in Zwitserland omgerekend $8 kost terwijl hij in de VS $6 kost, suggereert de Big Mac Index dat de Zwitserse frank circa 33% overgewaardeerd is ten opzichte van de dollar.
De Big Mac Index is geen serieus wetenschappelijk instrument - omdat de prijs van een Big Mac wordt beïnvloed door lokale factoren zoals loonkosten, huurprijzen, belastingen en marketingstrategieën die niets met de wisselkoers te maken hebben - maar hij biedt een intuïtief en breed begrepen illustratie van het PPP-concept en wordt al decennia gepubliceerd als populaire economische indicator.
Voorbeeld
'China produceerde in 2019 voor 99 biljoen yuan aan goederen en diensten. Omgerekend tegen de officiële koers – 7 yuan voor één dollar – is dat een bbp van 14,7 biljoen dollar. Het bbp van de VS was vorig jaar 21,4 biljoen dollar, bijna eenderde groter. Maar een Big Mac kost in een Chinese McDonald’s 21,70 yuan en in een Amerikaanse 5,70 dollar. Dan blijkt dat voor 3,8 yuan net zoveel kan worden gekocht in China als voor 1 dollar in de VS. Als 99 biljoen wordt gedeeld door 3,8 is dat een voor koopkracht aangepast bbp van 26 biljoen. Oftewel Amerikanen hebben met hun dollars in China twee keer zoveel koopkracht en de Chinezen in de VS met hun yuans slechts de helft.'
Bron: Volkskrant, column Peter de Waard - 20-10-2020.
De wisselkoers wordt dus gecorrigeerd voor het verschil in prijsniveau tussen landen, waardoor koopkracht en welvaart internationaal beter vergeleken kunnen worden.
Bij de gewone berekening van het bruto binnenlands product (bbp) wordt de geldwaarde van alle geproduceerde goederen en diensten van een land opgeteld en tegen een bepaalde valuta omgerekend (in veel gevallen de Amerikaanse dollar). Hierbij wordt de officiële wisselkoers gebruikt. Maar bij koopkrachtpariteit wordt rekening gehouden met de prijsniveaus in de landen.
Het praktische belang van koopkrachtpariteit ligt vooral in de toepassing bij internationale economische vergelijkingen — met name bij het vergelijken van het bruto binnenlands product (bbp) en het inkomen per hoofd van verschillende landen.
Het nominale bbp van een land - berekend in de eigen valuta (munt) en omgerekend naar een gemeenschappelijke valuta via de heersende wisselkoers - geeft een vertekend beeld van de werkelijke economische omvang als het prijsniveau in dat land sterk afwijkt van het referentieland. Een land met een laag prijsniveau - bijvoorbeeld India of China - heeft een nominaal bbp dat zijn werkelijke economische betekenis onderschat; een land met een hoog prijsniveau - zoals Noorwegen of Zwitserland - heeft een nominaal bbp dat zijn werkelijke productiecapaciteit overschat.
Het bbp op PPP-basis corrigeert voor deze vertekening door het bbp te berekenen in termen van de hoeveelheid goederen en diensten die het vertegenwoordigt - gemeten tegen een gemeenschappelijk internationaal prijspeil - in plaats van in termen van de nominale wisselkoerswaarde. Dit geeft een realistischer beeld van de werkelijke economische omvang en het welvaartsniveau.
Engels: purchasing power parity (afgekort: PPP, ppp).
Zie ook: koopkracht, welvaart, welvaartsladder, bruto binnenlands product, wisselkoers, ankervaluta, Big Mac-index, burgernomics, poverty headcount ratio.
compleet
| Corné van Zeijl Begrippen uit de columns van deze bekende beurscommentator ... Klik hier voor meer |
|