- Kleingeld, geld dat men terugontvangt bij het inwisselen van groot geld (bankbiljetten) of na een betaling met een groter bedrag dan men verschuldigd is.
Zie: muntgeld.
- Een verhoudingsgewijs zeer klein bedrag.
Voorbeeld
'Het kabinet trekt €1,5 mrd extra uit voor het onderhoud van bruggen, wegen en spoor. Dat lijkt een druppel op een gloeiende plaat: eerder dit jaar zei verantwoordelijk minister Vincent Karremans (VVD) al dat €80 mrd nodig is tot 2040. De kritiek is dan ook niet van de lucht. ‘Wisselgeld’, noemt Bouwend Nederland het begrote bedrag. Transport en Logistiek Nederland noemt het bedrag ontoereikend en teleurstellend.'
Bron: FD - 16-09-2026.
- Een kleine concessie in onderhandelingen om een plan of voorstel als geheel aanvaard te krijgen.
Engels: (small) change.
Zie ook: betalingsverkeer, toonbankbetalingsverkeer, muntgeld, kleingeld, bankbiljet, muntbiljet.
compleet
| Corné van Zeijl Begrippen uit de columns van deze bekende beurscommentator ... Klik hier voor meer |
|