
Stiglitz, Joseph Eugene |
Joseph Eugene Stiglitz werd geboren op 9 februari 1943 in Gary, Indiana, een staalsstad in het Amerikaanse Midwesten. Hij studeerde economie aan Amherst College en promoveerde in 1967 aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT).
Stiglitz doceerde aan enkele van de meest prestigieuze universiteiten ter wereld, waaronder Yale, Stanford, Oxford, Princeton en Columbia. Sinds 2001 is hij verbonden aan de Columbia University in New York, waar hij hoogleraar is aan de Graduate School of Business en de School of International and Public Affairs. Hij geldt als een van de meest geciteerde economen ter wereld.
Zijn belangrijkste wetenschappelijke bijdrage betreft de theorie van informatie-asymmetrie de studie van markten waarin niet alle partijen over dezelfde informatie beschikken. Samen met George Akerlof en Michael Spence ontving hij in 2001 de Nobelprijs voor economie voor zijn analyses van markten met asymmetrische informatie. Stiglitz toonde aan dat informatieasymmetrie leidt tot marktfalen, een fundamentele ondermijning van de aanname van neo-klassieke economen dat vrije markten altijd tot efficiënte uitkomsten leiden.
Zijn werk op dit terrein omvat onder meer de theorie van adverse selection, moral hazard en de werking van krediet- en verzekeringsmarkten.
Naast zijn academische werk speelde Stiglitz een prominente rol in het economische beleid. Hij was lid van de Council of Economic Advisers onder president Clinton (1993-1997) en werd vervolgens hoofdeconoom en senior vice-president van de Wereldbank (1997-2000).
In die laatste functie raakte hij in openlijk conflict met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en het Amerikaanse ministerie van Financiën over het beleid tijdens de Aziatische financiële crisis (Azië-crisis, 1997-1998). Hij bekritiseerde de strikte bezuinigingsvoorwaarden die het IMF oplegde aan crisislanden als schadelijk en contraproductief
compleet
| | |