
multipliereffect |
Ook: multiplicatoreffect, vermenigvuldigingseffect.
Het effect dat een bestedingsimpuls andere bestedingen uitlokt.
Het multipliereffect is een van de kernconcepten uit de macro-economie. Het beschrijft het verschijnsel waarbij een initiële verandering in bestedingen - bijvoorbeeld een overheidsinvestering of een stijging van de consumptie - uiteindelijk leidt tot een meer dan evenredige toename van het nationaal inkomen.
De werking is als volgt: stel dat de overheid €1 miljard investeert in infrastructuur. De bouwbedrijven die deze opdracht uitvoeren ontvangen dat bedrag als inkomen, en geven een deel daarvan weer uit aan materialen, personeel, leveranciers en dergelijke. Die partijen geven op hun beurt weer een deel van hun inkomen uit, enzovoort. Elke ronde van bestedingen genereert nieuwe inkomens en nieuwe bestedingen, als een kettingreactie die door de hele economie trekt.
De omvang van het multipliereffect wordt bepaald door de marginale consumptiequote (MPC): het deel van elke extra euro inkomen dat wordt uitgegeven in plaats van gespaard. De multiplier (k) is wiskundig gelijk aan:
k = 1 / (1 - MPC)
Is de MPC bijvoorbeeld 0,8 - mensen geven dus 80 cent van elke extra euro uit - dan is de multiplier gelijk aan 1 / (1 - 0,8) = 5. Een initiële investering van €1 miljard leidt dan theoretisch tot €5 miljard aan extra nationaal inkomen.
In de praktijk is de multiplier echter altijd lager dan de theoretische waarde, door een aantal lekken in het systeem: belastingen die deel van het inkomen afromen (belastinglekken, invoer van buitenlandse goederen waardoor bestedingen weglekken naar het buitenland (invoerlekken), en spaargedrag dat de bestedingsketen onderbreekt (spaarlekken).
Het concept is onlosmakelijk verbonden met John Maynard Keynes, die het in de jaren dertig van de twintigste eeuw uitwerkte als onderbouwing voor actief begrotingsbeleid: overheidsuitgaven in tijden van een recessie hebben via het multipliereffect een uitvergroot positief effect op de economie.
Het multipliereffect werkt overigens ook in negatieve richting: een bezuiniging of belastingverhoging leidt via hetzelfde mechanisme tot een meer dan evenredige daling van het nationaal inkomen (de zogeheten bezuinigingsmultiplier), die tijdens de eurocrisis (Europese schuldencrisis, 2010–2012) veel debat opleverde toen bleek dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) de negatieve effecten van bezuinigingen systematisch had onderschat.
Engels: mulitplier.
Zie ook: mulitiplier, begrotingsbeleid, stimuleren van de economie, marginale consumptiequote, belastinglek, invoerlek, spaarlek.
compleet
| | |