Het niet-consumptief aanwenden van inkomen. Deel van het inkomen dat niet geconsumeerd wordt en dus wordt gebruikt om het op een (spaar-) rekening aan te houden of te beleggen/investeren.
Als het geld op een rekening wordt aangehouden, ontvangt de rekeninghouder rente. Alleen in het geval waarbij de ontvangen spaarrente groter is dan de inflatie, wordt daadwerkelijk geld 'verdiend'; is de inflatie groter dan de spaarrente, dan is er een negatief rendement ('achteruit sparen').
Voorbeeld
'Als je de middelen hebt om te beleggen maar dat niet doet, is de kans groot dat je het geld op een spaarrekening zet. In de oude wereld was dat de oplossing als je beleggen riskant vond: sparen leverde weinig op, maar je ging in ieder geval een beetje vooruit, of je loste af op je huis. Die wereld is er niet meer. In de huidige situatie betekent blijven sparen dat het niet risicovol lijkt, maar in feite is het gegarandeerd verlies, omdat de inflatie hoger is dan de spaarrente. Dan staat er dus een min voor. En het is niet aannemelijk dat dit snel weer normaliseert. Door te blijven sparen ontloop je het risico van beleggen, maar ga je wel gegarandeerd achteruit.'
Bron: BNR, column marco-econoom Edin Mujagic - 04-05-2026.
Zie ook: inleg, besparingen (gezinnen), oppotten, spaarpot, spaarquote, spaarwoede, spaarrekening, spaarboekje, spaarbankboekje, banksparen, spaartegoeden, aangroeipremie, getrouwheidspremie, klimrenterekening, zwartsparen, kasmoni, levensloop, levensloopregeling, spaarloonregeling, vermogensgroei, beschikbaar inkomen, spaarlek, spaarparadox. Tegenovergesteld: ontsparen, achteruit sparen. Vergelijk: consumptie.
compleet
| Corné van Zeijl Begrippen uit de columns van deze bekende beurscommentator ... Klik hier voor meer |
|