Ook: M3 (de M staat voor 'money supply').
Totaal van het totaal in omloop zijnde geld in een land. Het gaat dan om contant (chartaal) geld en rekeningsaldi (giraal geld).
Voor een centrale bank meestal een belangrijk gegeven in verband met de ontwikkeling van de inflatie. Hierbij was de redenering: hoe meer geld er relatief in de economie circuleert, hoe groter de kans op inflatie. En inflatie werd gezien als een groot gevaar dat beteugeld moest worden (prijsstabiliteit). De hoeveelheid geld mocht wel groeien, maar in principe niet méér dan het nominale bruto binnenlands product (bbp).
Vandaag de dag is de geldhoeveelheid veel minder dan in de jaren tachtig een belangrijke indicator. Destijds werden de zogenaamde monetaire aggregaten nauwlettend gevolgd door beleggers, omdat het Amerikaanse stelsel van centrale bank, de Fed, zich bepaalde bandbreedtes ten doel had gesteld waarbinnen de geldhoeveelheid mocht bewegen; kwam de geldhoeveelheid buiten deze 'target range', dan was dat meestal de opmaat voor een renteverhoging of renteverlaging (zie ook: rentewapen).
Voor het meten van de geldhoeveelheid wordenin de praktijk meer maatstaven gebruikt, ook wel aangeduid als monetaire aggregaten.
Voorbeeld
'Als je naar de geschiedenis kijkt, deden de beurzen het in tijden van oorlog vrijwel altijd beter dan daarvoor. De reden is dat de toename van de geldhoeveelheid de brandstof is van zowel de economie als de financiële markten. '... Geld is net als water; het vloeit altijd ergens naartoe. Dat kan naar wat wij de reële economie noemen, maar als dat in grote mate zou gebeuren, zouden we veel spectaculairdere groeicijfers moeten zien. Het geld kan ook worden gespaard, maar de spaarsaldi zijn niet gigantisch gestegen. Dan blijft er nog een derde kanaal over: de financiële markten. Een groot deel van het extra geld dat in oorlogstijd in omloop komt, vloeit dus naar de financiële markten. Dat betekent simpelweg dat de vraag naar aandelen stijgt, terwijl het aanbod achterblijft. Er is een sterke correlatie tussen de toename van de geldhoeveelheid en de aandelenkoersen; op lange termijn is die zelfs bijna 100 procent. Voor de markt als geheel is de toename van de geldhoeveelheid en hoe groot het deel daarvan naar de financiële markten stroomt, cruciaal voor de ontwikkeling van de aandelenkoersen. Als er meer geld bij komt, dan doet de fundamentele waarde van een aandeel of een sector er eigenlijk niet toe. Het gaat om hoeveel geld er bij komt, als er te veel geld bijkomt zorgt dat ervoor dat er afwijkingen zijn en de waarde van een aandeel dus hoger of lager wordt dan wat men zegt dat het aandeel in principe waard is. ....extra geld mondt vroeg of laat ook uit in structureel hogere inflatie. En in de historie is gebleken dat de beste bescherming tegen hogere inflatie de aandelenkoersen zijn. Daar komt alles samen.'
Bron: BNR, column Edin Mujagic - 23-04-2026.
Engels: money supply.
Zie ook: basisgeldhoeveelheid, geldhoeveelheid in enge zin, geldhoeveelheid in ruime zin, chartaal geld, giraal geld, M0, M1, M2, M3, inflatie, inflatiedoel, prijsstabiliteit, reflatie, geldpers, bijna-geld, narrow money, geldschepping, geldvernietiging, geldquote, geldhoeveelheidsbeleid, monetaire aggregaten, monetaire grootheden, monetaire financiering, monetair beleid, monetaire expansie, kwantitatieve verruiming, QE1, QE2, opdrogen van de geldmarkt, krappe geldmarkt, verkrapping van de geldmarkt, verruiming van de geldmarkt, kwantitatieve verruiming, monetariseren, monetaristen, monetaire inflatie, gouden standaard, Reaganomics, helicopter Ben, circulatiebank, issuing bank, Monetary Developments in the Euro Area.
compleet
| Corné van Zeijl Begrippen uit de columns van deze bekende beurscommentator ... Klik hier voor meer |
|